Bron: Foto RCE

 

32 Johan Janssen van Beughem de Bodeghen, 1640


DETAILS |BESCHRIJVING|WAPENS|BIJZONDERHEDEN|GESCHIEDENIS|PERSONEN|STAMBOOM|REAGEER


huidige plaats    

in de noordelijke buitenzijbeuk van het schip, de vierde travee vanaf het westen, ten noordoosten van de vierde middenpijler

locatie in 1821 volgens Martini (zie plattegrond)
maten 67 x 142 cm
steensoort maaskalksteen
inscripties 


klik op de afbeelding om deze te vergroten.

Beschrijving

De zerk, zonder rand, heeft aan de bovenzijde een verdiepte cirkel met daarin in reliëf een groot schild dat met een eenvoudig lint is opgehangen aan een tak. Hieronder bevindt zich de inscriptie in gegraveerde kapitalen, die het gehele vlak onder het wapen valt.

Wapens

Geschuinbalkt van zeven stukken en een schildzoom, beladen met acht vijfbladige rozen.

Bijzonderheden

Het echtpaar Jan Janszn. van Beughem de Bodeghen en Catharina Grevenraet Jansdr. woonde in het huis ‘In Milanen’ op de hoek van de Markt met de Hinthamerstraat. Zij hadden behalve de op de zerk genoemde Caspar of Jaspar nog drie of mogelijk vier kinderen. Ten eerste een dochter Margriet, die huwde in eerste echt met Joost van Berckel en in tweede echt met Dirck Loeff van der Sloot. Toen zij in 1635 overleed aan de pest werd haar vader Jan Janssen van Beughem aangesteld als voogd over de twee onmondige kinderen uit dit tweede huwelijk. Daarnaast was er een dochter Anneke, getrouwd met Rijckart van Asten, stedelijk groenroede, dat wil zeggen gerechtelijke bode van ’s-Hertogenbosch. Hij overleed in 1647. Voorts hadden Jan Janszn. en Catharina een zoon Jan, geboren omstreeks 1631. Uit hun huwelijk werd mogelijk ook een zoon Peter geboren. Hij was gehuwd met Martijntjen N., bij wie hij twee kinderen had, maar hij was in 1643 al overleden. Na het overlijden van Catharina Grevenraet deelden haar kinderen en enkele kleinkinderen in de nalatenschap van hun ouders, bestaande uit renten, cijnzen, obligaties en contanten en onder meer ook goederen te Antwerpen.
Johanna van Wamel, op de zerk vermeld, de echtgenote van Jaspar van Beughem, was een dochter van de apotheker Victor van Wamel en Anna Colen. Zij werd geboren op 23 december 1622 en in de Sint-Jan ten doop gehouden. Ze trouwde op 2 juni 1640 met Jaspar van Beughem en kreeg bij die gelegenheid van haar ouders een bruidsschat van 3.000 carolusguldens mee. Het huwelijk resulteerde in maart 1641 – ze was toen achttien jaar – in de geboorte van een dochter Johanna Maria. Het kind wordt in verdere stukken niet meer vernoemd en zal spoedig zijn gestorven. De geboorte van een tweede dochter Maria Anna, gedoopt op 3 februari 1643, moet moeizaam zijn verlopen. Haar moeder lag zes weken later nog altijd ‘sieck int kijnder bedde’ en achtte toen zelfs de tijd gekomen haar testament te maken. Zij overleefde echter, haar dochter Maria Anna daarentegen niet. Begrijpelijk dus dat Johanna in augustus van het daaropvolgende jaar ‘gaende op lest van kijnde en bedenckende oversulckx die broosheyt der menschelijcke natuere’ opnieuw de gang naar de notaris maakte voor het opmaken van een testament. Uiteindelijk werden uit het huwelijk van Jaspar van Beughem en Johanna van Wamel nog vier kinderen geboren, te weten Maria Elisabeth, ofwel Isabella, die huwde met Lambert Suyskens, zoon van de bierbrouwer Paulus Suyskens (zie zerk 384); voorts Joannes Baptista, die omstreeks 1664/5 in Leuven ging studeren, daarna onder de kloosternaam Ignatius werd ingekleed als kapucijn en vervolgens werkte in Maaseik en in Lier, waar hij in 1701 overleed; als derde mr. Victor van Beughem (zie zerk 395); en tot slot Maria Catharina, die huwde met Adriaan van Goor. Deze Maria Catharina erfde samen met haar broer mr. Victor van haar grootvader van moederszijde, de apotheker Victor van Wamel, het huis ‘Het Hert’ aan de noordzijde van de Markt, dat zij op 17 oktober 1673 verkochten aan de Bossche koopman Adriaan Dancloffs. Tien jaar eerder, na het overlijden op 41-jarige leeftijd van hun moeder, was hun beiden en hun zuster Isabella ook de nalatenschap van hun ouders ten deel gevallen, bestaande uit een huis met toebehoren en stalling voor vier paarden aan de Weversplaats, het huis ‘In Milanen’ aan de Bossche Markt, goederen onder Oisterwijk, renten, cijnsen en kapitalen. Ze verdeelden die op 8 december 1668. 1.

Geschiedenis

(Oud 195/239; Nieuw 383; Martini 86; Smits 50A) *
In 1707 stond het graf te boek als t’ graft Jan van Beugen in de vijsel. De legger van 1724 meldt de overboeking op naam van de kinderen van Johan van Beugen. Vanaf de legger van 1752-1755 ontbreken de gegevens over het bezit van het graf.
Op de plattegrond van Martini uit 1821 wordt de zerk aangegeven in de noordelijke buitenzijbeuk van het schip, in de vierde travee vanaf het westen, een plek die hij al sinds 1707 innam en waar hij ook nu nog ligt.

Personen

 Asten, Rijckart van
 Berckel, Joost van
Beughem de Bodeghen, Jaspar van
· zie ook: 395. Victor van Beughem, 1715
Beughem de Bodeghen, Johan Janssen van † 16-12-1640
 Beughem, Anneke van
 Beughem, Baptista Johannes van
 Beughem, Jan van
 Beughem, Johanna Maria van
 Beughem, Margriet van
 Beughem, Maria Anna van
 Beughem, Maria Catharina van
 Beughem, Maria Elisabeth (Isabella) van
 Beughem, Peter van
 Beughem, Victor van
· zie ook: 327. Daniel van Zutphen, 1668
· zie ook: 395. Victor van Beughem, 1715
 Colen, Anna
 Dancloffs, Adriaan
 Goor, Adriaan van
Grevenraet, Catharina Jansdr.
 Loeff van den Sloot, Dirck
 N.N., Martijntjen
 Suyskens, Lambert
· zie ook: 384. Paulus Suyskens, 1655
 Suyskens, Paulus † 1655
· zie ook: 173. Igrom Potey, 1660
· zie ook: 384. Paulus Suyskens, 1655
Wamel, Johanna van
· zie ook: 395. Victor van Beughem, 1715
 Wamel, Victor van

Legenda:
† begraven in de Sint-Jan
vet: hoofdbegravene.

Stamboom


klik op de afbeelding om deze te vergroten.
Grafzerk    
 
Naam    
 
E-mail    
 
Reactie    
 
Verifcatie    
 
 

Uw browser ondersteunt geen Flash of bezit geen recente Flash versie