Bron: Foto RCE
|
DETAILS |BESCHRIJVING|WAPENS|BIJZONDERHEDEN|GESCHIEDENIS|PERSONEN|REAGEER
klik op de afbeelding om deze te vergroten. BeschrijvingDe zerk is enigszins afgesleten. Vooral het wapen is nogal vervaagd, terwijl ook van de inscriptie een aantal letters niet meer is te lezen. De zerk heeft geen rand. De bovenhelft wordt ingenomen door een grote verdiepte cirkel zonder rand met daarin het wapen. Onder het wapenschild zien we twee elkaar kruisende koorden die eindigen in kwasten. Onder het wapen bevindt zich de achtregelige inscriptie. WapensAlliantiewapen echtpaar (1 schild): Gedeeld in drieën; I doorsneden; a een gepantserde rechterarm met in de hand een opgeheven zwaard; b drie vogels; II een dubbelkoppige adelaar; III doorsneden; a een pelikaan met jongen in het nest; b een vierbladige roos. Het schild hangend aan een lint uit de helm komend. Helm. Dekkleden. Wrong. Helmteken: de gepantserde arm met zwaard uit het wapen. BijzonderhedenHendrick van Arnhem was belastingpachter. Hij pachtte van de Staten-Generaal het recht om de gelden van de Grote Brabantse Zwijgende Landtol te innen, een belasting op het interne goederenvervoer binnen Staats-Brabant. Ook pachtte hij de accijns op bieren en wijnen in Eindhoven. Hendrick was tweemaal gehuwd. De op de zerk genoemde Maria van Gaeckroy, afkomstig uit Nijmegen, was zijn tweede echtgenote. Hij trouwde haar in oktober 1661, amper drie maanden na de dood van zijn eerste vrouw Hester, de dochter van Herman Aerts van Helmond, met wie hij kinderen had, onder wie een zoon Casper, een zoon Daniël – op de zerk vermeld – en mogelijk een dochter Aeltgen. Uit zijn tweede huwelijk werd in ieder geval een zoon Hendrik geboren. Deze maakte in 1697 zijn testament, sieck naer den lichaeme, in eene bakermat voor het vier leggende. In zijn sterfhuis bevond zich toen onder meer een schilderstuk dat zekere maatschappelijke pretenties van zijn vader verraadde: een schilderije vanden ouden Van Arnhem met sijne familie in een lantschap geschildert, sijnde een schoustuck. De op de zerk genoemde Daniël van Arnhem was, zoals gezegd, zijn halfbroer. In zijn activiteiten sloot deze Daniël aan op die van zijn vader. Hij was namelijk deurwaarder van het kantoor van de Domeinen en van de leen- en tolkamer van stad en meierij, alsmede pachter van de stedelijke waag in ’s-Hertogenbosch. Toen de pacht in 1679 voor zes jaar moest worden verlengd, deed Daniël een verzoek aan de Raad van State om verlaging van de pachtsom. Daarbij bracht hij te berde dat de waag door oorlogsomstandigheden, waarschijnlijk de nasleep van de Franse inval in het rampjaar 1672, nauwelijks was gebruikt en dat hij daarenboven het bouwvallige gebouw aan de Schapenmarkt had moeten repareren en de voorgevel vernieuwen, wat hem meer dan 800 gulden had gekost. Geschiedenis(Oud 87/416; Nieuw 310; Martini 20; Smits 153) * Personen
Legenda: begraven in de Sint-Jan vet: hoofdbegravene. |